De inval van Irak
in Kuwayt is een flagrante schending van de internationale rechtsorde.
De regering geeft uitvoering aan de mandatoire maatregelen van de
Veiligheidsraad die moeten leiden tot een doeltreffend economisch
embargo tegen Irak en heeft ter ondersteuning daarvan twee fregatten
van de Koninklijke Marine naar de Golf-regio gezonden.
De regering is zich bewust van de gevaren die aan deze missie verbonden
zijn. De handhaving van de internationale rechtsorde weegt echter
zwaar. Nederland kan niet afzijdig blijven. De regering voelt zich zeer
betrokken bij de veiligheid van de Nederlanders die nog in Irak en
Kuwayt zijn. Onze gedachten gaan in het bijzonder uit naar hen en hun
verwanten.
De crisis in de Golf-regio maakt duidelijk dat er nu - mede dank zij de
verbeterde verhoudingen tussen Oost en West - voor de Verenigde Naties
mogelijkheden zijn om verantwoordelijkheid te nemen. De inspanning is
nu gericht op vrede en het respecteren van de internationale
rechtsorde. De rol van de Verenigde Naties is echter evenzeer nodig om
gerechtigheid en solidariteit in de wereld te bevorderen. De
verantwoordelijkheid voor ontwikkeling en welvaart moet gestalte
krijgen binnen de grenzen van een beheersbare groei en het behoud van
het milieu.
Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens opgesteld. Deze rechten hebben ook vandaag grote
betekenis. Onderdrukking, onrecht en gebrek aan tolerantie moeten
worden bestreden. Het gaat juist om ontplooiing in vrijheid, met recht
op eigen cultuur en overtuiging, ingebed in respect en zorg voor
elkaar. Deze idealen moeten ook richtsnoer zijn voor ons eigen land.
Sociale en bestuurlijke vernieuwing, alsmede eenwording van Europa zijn
daarbij in onze democratie sleutelwoorden. Om deze idealen te
verwezenlijken, zoekt de regering samenspraak en samenwerking.
In Europa beleven wij historische tijden. Vanaf 3 oktober zal er weer
één Duitsland zijn. De deling van Europa loopt
ten einde. Het beleid is erop gericht de democratische en economische
ontwikkelingen in Oost-Europa te steunen en aan te moedigen. Met het
oog hierop is de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling
opgericht. Nederland heeft het initiatief genomen tot een Europese
samenwerking op energiegebied. Deze kan haar doorwerking hebben op tal
van terreinen en in het bijzonder ook een krachtige impuls geven aan
het milieubeleid in Europa. Hopelijk wordt nog dit jaar een
overeenkomst ondertekend over de vermindering van conventionele
strijdkrachten in Europa; daarnaast onderstreept ook de terugtrekking
van Sovjettroepen uit Oosteuropese landen de verheugende verandering.
Europa vraagt om een Europees veiligheidsbeleid. Dit zal echter moeten
gebeuren met behoud van de samenwerking in Atlantisch verband, opdat
een voortgezette betrokkenheid van Noord-Amerika bij de veiligheid van
Europa verzekerd blijft. In de Navo treedt de militaire functie minder
op de voorgrond; haar politieke taak wint in het veranderde Europa
daarentegen aan belang. Het gaat daarbij om samenwerking in plaats van
confrontatie.
In ons land wordt een herstructurering van de krijgsmacht en een
daarmee gepaard gaande vermindering van de personeelssterkte
voorbereid. De diensttijd zal met twee maanden worden verkort. Dit
geldt voor alle dienstplichtigen die na 29 oktober in werkelijke dienst
komen. Verdere integratie van de Europese Gemeenschap is geboden, nu
ook met het oog op de situatie in Oost-Europa en de inbedding van het
Verenigde Duitsland in nieuwe Europese structuren.
Nationale bevoegdheden kunnen worden overgedragen aan organen van de
Europese Gemeenschap indien daarmee de doelmatigheid van het bestuur
gediend is. Daarbij moet worden gezorgd voor de versterking van de
positie van het Europees Parlement, ook in relatie tot de Europese
Commissie. Dit zal aan de orde komen in een intergouvernementele
conferentie over de Europese Politieke Unie.
De contouren van de interne markt beginnen steeds duidelijker zichtbaar
te worden, maar op bepaalde terreinen, zoals transport, milieu en
financiële dienstverlening, zal nog een aanzienlijke
inspanning worden gevergd.
Bovendien moet het sociaal beleid uitgewerkt worden aan de hand van de
vraag of een onderwerp op Europees, dan wel op nationaal niveau moet
worden geregeld, en welke rol de sociale partners moeten spelen. Dat de
landbouwuitgaven van de Europese Gemeenschap weer sterk gaan groeien is
zorgelijk. De ontwikkelingen op de agrarische markten maken voortgaande
aanpassing dan ook onontkoombaar; mede om de internationale
verhoudingen op het gebied van de handel in landbouwprodukten te
verbeteren.
Aanpassing is ook nodig om te komen tot een land- en tuinbouw die
uitgeoefend wordt met respect voor het milieu. Op 1 juli van dit jaar
is de eerste fase ingegaan van de Economische en Monetaire Unie. Voor
een succesvolle Intergouvernementele Conferentie die verder inhoud zal
geven aan deze Monetaire Unie zal de regering zich inzetten.
De Europees-politieke samenwerking krijgt steeds meer gestalte. Van
daaruit probeert Nederland samen met de andere lidstaten ontwikkelingen
buiten de Europese Gemeenschap zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat
geldt nu heel nadrukkelijk voor Zuid-Afrika, waar de ontwikkelingen
bemoedigend en hoopgevend zijn. Voor het eerst is er een echte dialoog
ontstaan.
Nederland zal zich blijven inzetten voor de ontwikkelingslanden.
Daarbij neemt de bestrijding van armoede een belangrijke plaats in. In
de Nota 'Ontwikkelingssamenwerking in de jaren negentig' zal tevens
aandacht worden gegeven aan initiatieven om te komen tot
schuldvermindering. Daarbij blijft de bereidheid van schuldenlanden om
hun beleid aan te passen een voorwaarde voor verbetering van hun
economische ontwikkeling. In deze nota zal ook de gezamenlijke
verantwoordelijkheid voor het milieu een plaats krijgen. Duurzame
ontwikkeling vraagt om een nieuwe wereldomvattende strategie gericht op
milieubehoud.
Liberalisering van de wereldhandel en een goed multilateraal
handelssysteem kunnen een positieve rol vervullen bij bestendige groei
van de welvaart in de wereld. Het welslagen van de nieuwe 'Algemene
overeenkomst voor handel en tarieven' - de zogenaamde Uruguay-ronde -
is van mondiale betekenis.
Onze economie toont groeikracht en mogelijkheden, zoals onder meer
blijkt uit de toename van de werkgelegenheid en het sterk gestegen
aantal vacatures, maar tegelijk zijn er bedreigingen en ernstige
problemen. Zowel op het punt van de ontwikkeling van de loonkosten als
dat van de resultaten van de ondernemingen is er weer reden tot zorg.
Daarbij komt dan nu de crisis in het Midden-Oosten. Waakzaamheid is
geboden. De concurrentie uit het buitenland wordt steeds sterker. Dit
eist voortdurende aandacht en discipline, van overheid én
bedrijfsleven. Dit is ook de kern van de nota 'Economie met open
grenzen'. Het is belangrijk door investeren onze samenleving en'
economie sterker te maken.
Beheersing van de loonkosten blijft essentieel met het oog op de
werkgelegenheid. Dit jaar is met de ontwikkeling van de loonkosten de
kritische grens bereikt. Een nieuwe loon-prijsspiraal moet vermeden
worden. Beheersing van de loonkosten zal dan ook een van de centrale
onderwerpen van overleg met de sociale partners vormen.
De verbetering van de contractlonen van werknemers in de marktsector
zal, mits verantwoord, ook in 1991 op overeenkomstige wijze kunnen
doorwerken in de inkomens van werkenden in de collectieve sector en van
uitkeringsgerechtigden. Er zijn maatregelen getroffen voor een redelijk
evenwichtig gespreide koopkrachtontwikkeling. Wel zal deze slechts
bescheiden kunnen zijn, aangezien ook een aantal essentiële
publieke taken meer aandacht vergt.
Gemeenschapsvoorzieningen ontlenen hun betekenis aan sociale en
economische motieven. Door de Europese integratie zal een adequaat
aanbod van publieke voorzieningen en infrastructuur steeds meer
bepalend zijn voor de internationale concurrentiekracht van de
economie. Maar dit moet wel worden afgewogen tegen de lasten die
daaruit voor de burgers voortvloeien. Bij deze afweging mag het
probleem niet afgewenteld worden op het financieringstekort en de
staatsschuld. Jaar in, jaar uit is de staatsschuld in verhouding tot
het nationale inkomen toegenomen en daarmee eveneens de
renteverplichting van de rijksoverheid. Dat kan niet door blijven gaan.
Daarom zal het financieringstekort verder omlaag gebracht worden.
Milieubeleid en economische groei zijn beide van belang en kunnen
elkaar ondersteunen. De specifieke ligging van Nederland en de
structuur van onze economie noodzaken tot een vèrgaand
milieubeleid. Met het uitbrengen van het Nationaal Milieubeleidsplan en
de aanvulling daarop heeft de regering de lijnen uitgezet. Nu de
behandeling hiervan in gemeen overleg met U achter de rug is, kan het
komende jaar alle aandacht uitgaan naar de uitvoering. De regering
hecht ook aan het versterken van het milieubeleid in Europees verband.
Een voorbeeld daarvan is het Rijn-actieplan, dat zijn vruchten begint
af te werpen.
Door uitvoering van het Natuurbeleidsplan zal de versterking van het
natuurbeleid gestalte krijgen. In veel ontwikkelingslanden is er een
voortschrijdende degradatie van het milieu. Daarom heeft Nederland, te
zamen met andere landen, het initiatief genomen om een milieufaciliteit
binnen de Wereldbank op te richten. Veel milieuproblemen vragen een
aanpak gericht op de lange termijn. Zo kan het afvalprobleem
uiteindelijk alleen maar met hergebruik en preventie worden opgelost.
Een goed beheer van ons land vraagt ook dat we grenzen stellen aan de
negatieve effecten van verkeer en vervoer. Het uitgebrachte
Structuurschema heeft daartoe de aanzetten gegeven. Nederland heeft
zijn welvaart voor een groot deel te danken aan de ligging aan
belangrijke verkeersaders. Goede bereikbaarheid is essentieel. Wij
staan dus voor de taak intelligente en creatieve oplossingen te vinden.
Om economische groei mogelijk te maken en tegelijk het milieu te
ontzien, moeten onze vervoermiddelen zo schoon, zuinig, veilig en stil
mogelijk zijn. Verbeteringen in de sfeer van het openbaar vervoer, het
meer samenrijden in de auto en meer gebruik van de fiets zullen een
bijdrage leveren aan het terugdringen van onnodige automobiliteit. Een
van de ernstigste effecten van de ongeremde verkeersgroei en het gebrek
aan discipline in het verkeer is het aantal doden en gewonden; elk jaar
1500 doden en 50.000 gewonden. Het beleid ter verbetering van de
verkeersveiligheid zal daarom worden aangescherpt.
De stormen van de afgelopen winter hebben ons herinnerd aan de
noodzakelijke aandacht voor onze kust. De regering heeft daarom de
nodige middelen vrijgemaakt om de huidige kustlijn in stand te kunnen
houden.
Economische groei blijft onmisbaar voor het verwezenlijken van
werkgelegenheid voor een jaarlijks toenemende beroepsbevolking. Dit is
echter niet voldoende: een maatschappelijk evenwichtige groei is
evenzeer noodzakelijk. Te veel burgers zijn financieel afhankelijk van
een uitkering. Activerend arbeidsmarktbeleid en sociale vernieuwing
moeten deze ontwikkeling keren. In de tripartiete arbeidsvoorziening
krijgt de medeverantwoordelijkheid van werknemers en werkgevers
gestalte. Aan die medeverantwoordelijkheid zal ook concrete inhoud
worden gegeven waar het de arbeidsongeschiktheid betreft. Het
spookbeeld van een miljoen arbeidsongeschikten mag immers geen
werkelijkheid worden. Het toenemend besef in onze samenleving dat de
uitstoot van mensen uit het arbeidsproces niet langer op z'n beloop
gelaten kan worden, is verheugend.
Voor de moeilijk plaatsbare werklozen biedt het groter aantal vacatures
extra kansen. Deze te benutten is sociaal en economisch van grote
betekenis.
De aard en omvang van de werkloosheid onder allochtonen zijn nog steeds
dermate zorgwekkend dat maatregelen geboden zijn om de toegankelijkheid
van bedrijven en instellingen voor minderheden te vergroten. Concrete
gedachten daaromtrent zijn voorgelegd aan de Stichting van de Arbeid.
Kennis van de Nederlandse taal is onmisbaar voor het verkrijgen van een
zelfstandiger positie in de maatschappij; daarom is het verwerven van
die kennis noodzakelijk. Scholing is belangrijk als antwoord op datgene
wat de arbeidsmarkt vraagt. In reactie op het rapport van de tijdelijke
adviescommissie Onderwijs-Arbeidsmarkt zal de regering spoedig nadere
voorstellen doen om vorm te geven aan een gezamenlijke
verantwoordelijkheid, ook financieel, van overheid, sociale partners en
onderwijsinstellingen.
Het emancipatiebeleid heeft op diverse terreinen vooruitgang laten
zien. Steeds meer herintredende vrouwen nemen in het arbeidsproces een
gewaardeerde plaats in. Door uitbreiding van kinderopvang en
verlofregelingen zal het aantal vrouwen met jonge kinderen dat
ouderschapstaken met betaalde arbeid kan combineren verder toenemen.
Over de vraag hoe de deelname van vrouwen aan de politiek en het
openbaar bestuur verder gestimuleerd kan worden, zal aan de
Emancipatieraad advies worden gevraagd.
De regering heeft haar voornemen tot algehele herziening van de huidige
Algemene Weduwen- en Wezenwet neergelegd in een voorstel voor een
nieuwe Algemene Nabestaandenwet. In het voorstel wordt vorm gegeven aan
een betere positie van weduwnaren. Tegelijk wordt rekening gehouden met
veranderende omstandigheden waar het betreft de deelname van vrouwen
aan het arbeidsproces.
Sociale en bestuurlijke vernieuwing vullen elkaar aan. De
verantwoordelijkheden van overheden, maatschappelijke organisaties en
burgers moeten z6 met elkaar verbonden worden dat de sociale politiek
betere resultaten oplevert. Te veel burgers staan aan de kant en er is
te veel verspilling van menselijk talent. De regering wil gemeenten de
gelegenheid geven om in goed overleg met maatschappelijke organisaties
en de burgers zelf keuzen te doen en aan beleid vorm te geven.
Voorstellen voor een decentralisatie van de Bijzondere Bijstand zijn
onlangs bij U ingediend. Hiermee krijgen gemeenten meer mogelijkheden
om financiële noodsituaties te bestrijden die het gevolg zijn
van individuele omstandigheden. Dat over het kader van sociale
vernieuwing met de organisaties van het bijzonder onderwijs
overeenstemming is bereikt, is verheugend. Op basis daarvan kunnen deze
onderwijsinstellingen op het lokale niveau deelnemen aan dit proces.
Goed onderwijs vormt de burger. Opdat ieder zo goed mogelijke kansen
krijgt, worden het speciaal onderwijs en het basisonderwijs dichter bij
elkaar gebracht en wordt de basisvorming in het voortgezet onderwijs
voorgesteld. De motivatie en bekwaamheid van de vrouw en de man voor de
klas zijn van doorslaggevend belang voor de kwaliteit van het
onderwijs. Daarom zullen maatregelen worden voorgesteld om de positie
van het beroep van leraar te verbeteren. Op het terrein van
wetenschapsbeoefening acht de regering de vorming van onderzoeksscholen
- waar onderzoekers worden opgeleid - van wezenlijk belang.
Dat de bestuurlijke grenzen in ons land niet meer overal toereikend
zijn, wordt zichtbaar in de grote stedelijke gebieden. Problemen moeten
daar op bovenlokaal niveau aangepakt kunnen worden. Voorstellen om
hiertoe bestuurlijke voorzieningen te treffen, zullen U binnenkort
bereiken.
De organisatie van de rijksoverheid zal worden doorgelicht. Om
kwaliteit en doelmatigheid te verhogen, zal de overheid alleen moeten
doen wat echt nodig is, en dubbel werk moeten vermijden.
Met de nieuw af te sluiten bestuursakkoorden wordt de goede relatie
tussen het Rijk en de gemeenten voortgezet. De regering hoopt dat ook
met de provincies een bestuursakkoord tot stand kan worden gebracht.
Met de vakorganisaties van overheidspersoneel werd voor de periode van
1 januari 1990 tot april 1991 een overeenkomst gesloten over het pakket
van arbeidsvoorwaarden. De kern van het nieuwe overlegstelsel is het
vereiste dat zonder overeenstemming met de vakorganisaties geen
wijziging van arbeidsvoorwaarden mogelijk is. De regering is
vastbesloten verder te gaan op de weg naar decentralisatie en
marktconforme arbeidsverhoudingen.
Wetgeving, bestuur en rechtspraak zijn nodig voor een evenwichtige
behartiging van algemene belangen en voor een eerlijke beslechting van
geschillen.
De ontwikkeling van onze samenleving heeft op het terrein van de
rechtshandhaving echter tot een paradoxale situatie geleid. Terwijl aan
de ene kant voor steeds meer aspecten van het maatschappelijk leven om
regels wordt gevraagd, blijkt aan de andere kant dat de samenleving
zich steeds minder aan regels wenst te houden.
Mede daardoor raken de instellingen van rechtshandhaving en rechtspraak
overbelast. De regering zal zich inspannen om het functioneren van ons
rechtsstelsel te verbeteren en criminaliteit tegen te gaan. Een goed
functionerende politie is voor de handhaving van de rechtsorde
onontbeerlijk. De reorganisatie van het politiebestel is daarop
gericht. Versterking van het Openbaar Ministerie en een ingrijpende
reorganisatie van de rechterlijke macht zullen een betere
taakvervulling van deze organen mogelijk moeten maken. Nog deze maand
zult U een nota over het gehele justitiebeleid ontvangen, waarin een
plan van aanpak wordt geschetst. In de wetgeving zal meer accent worden
gelegd op de gezamenlijke inspanning van overheid en samenleving. In
het algemene wetgevingsbeleid zal bijzondere aandacht worden besteed
aan de handhaafbaarheid, alsmede aan de tijdige en juiste uitvoering
van verdragen en van het recht van de Europese Gemeenschap.
Het opkomen voor mensen met een kwetsbare positie is een belangrijk
onderdeel van het wetgevingsbeleid. Een voorbeeld daarvan is het
wetsvoorstel om ongelijke behandeling tegen te gaan. Een ander
voorbeeld is het wetsvoorstel ter versterking van de rechten van
patiënten en proefpersonen. Door ontwikkelingen in
verschillende delen van de wereld neemt de stroom van asielzoekers toe.
Met zorg voor het behoud van de waarborgen waaraan wij hechten, zullen
voorstellen worden ontwikkeld voor versnelling van de procedures in
asielzaken.
Wanneer mensen in onze samenleving zijn ingeburgerd, vormt het
verkrijgen van het Nederlanderschap een passende bevestiging daarvan.
De regering zal een goed gebruik van de mogelijkheden daartoe
bevorderen. De toename van onze bevolking, ook door gezinshereniging,
asielverlening en andere vormen van migratie, leidt ertoe dat ons land
rond de jaarwisseling 15 miljoen inwoners zal hebben. Dat is eerder dan
verwacht. Deze ontwikkeling stelt nieuwe eisen op het gebied van
onderwijs, arbeidsmarktbeleid en tal van voorzieningen. Het is
belangrijk dat een ieder zich niet alleen inwoner maar ook mede-burger
weet en voelt. Dat vraagt enerzijds om tolerantie, anderzijds ook om
het aanspreken op plichten.
In de gezondheidszorg is steeds meer mogelijk. Daardoor dringt zich de
vraag op of alles wat kan, ook moet en mag. Dat is een discussie die
niet alleen aan medici of ethici moet worden overgelaten, maar die
maatschappelijk zal moeten worden gevoerd. Daarom is de Adviescommissie
Keuzen in de Zorg geïnstalleerd.
Bevorderd wordt dat het financieringsstelsel voor de zorgsector per 1
januari 1991 zijn volgende fase ingaat. Dit betreft een operatie die
het beeld van de gezondheidszorg de komende jaren zal veranderen.
Voor ons allen is het een uitdaging de ouderen blijvend te betrekken
bij de maatschappelijke ontwikkeling. Wij kunnen hun bijdrage daaraan
niet missen. Daarmee moet rekening gehouden worden bij het beleid ten
aanzien van het wonen, het inkomen, de gezondheidszorg en hun actieve
deelname aan de samenleving.
Naast aandacht voor nieuwe culturele ontwikkelingen is eerbied voor ons
cultureel erfgoed een ereplicht. Daarom wordt een 'Deltaplan voor het
Cultuurbehoud' ontwikkeld.
In de 'Nota volkshuisvesting in de jaren negentig' wordt aandacht
besteed aan vergroting van verantwoordelijkheden van gemeenten en
woningcorporaties om de voorraad betaalbare woningen en de
financiële middelen zo goed mogelijk in te zetten voor de
huishoudens met lagere inkomens. Het beleid inzake de stadsvernieuwing
blijft gericht op het wegwerken van achterstanden. In 1991 zullen -
mede op basis van een evaluatie van hetgeen tot op heden is bereikt -
voorstellen worden gedaan voor het beleid in de toekomst.
Nederland is bereid de constitutionele band met de Nederlandse Antillen
en Aruba voort te zetten en deze relatie nieuwe impulsen te geven. Dat
betreft allereerst het bestendigen van een constitutionele orde die
gebaseerd is op de beginselen van vrijheid, recht en democratie;
daarnaast een heroriëntatie van het hulpbeleid gericht op meer
eigen verantwoordelijkheid voor budget en economie.
Leden van de Staten-Generaal,
Bestuurlijke en sociale vernieuwing zullen in het komende jaar veel van
Uw aandacht vergen, ter versterking van de kwaliteit van en de
saamhorigheid in onze samenleving. Ook de internationale ontwikkelingen
die aanleiding geven tot hoop en vrees zullen belangrijke beslissingen
van U blijven vragen. Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk
rust.