1992 wordt geen gemakkelijk jaar, internationaal noch nationaal. Onze
economie krijgt nu te maken met een terugslag zoals die zich eerder in
andere landen heeft voorgedaan. Hierdoor dreigt na een aantal goede
jaren de werkloosheid weer op te lopen.
Daarom moeten behoud en groei van werkgelegenheid vooropstaan. Dit
zowel om ons te weer te stellen tegen de terugslag nu, als om daarna
het internationaal economisch herstel zo goed mogelijk te benutten.
Deze koers is te meer geboden omdat in ons land het aantal mensen voor
wie werk beschikbaar moet zijn, nog vele jaren duidelijk zal blijven
groeien. Meer vrouwen willen tot de arbeidsmarkt toetreden. Meer mensen
die nu nog op een uitkering aangewezen zijn moeten aan de slag.
Bovendien neemt de migratie naar ons land toe door de voortgaande
gezinshereniging en door degenen die hier asiel zoeken en krijgen.
De bijzondere aandacht die de regering daarom vraagt voor de groei van
de werkgelegenheid, kan niet los gezien worden van andere belangrijke
doeleinden: het in stand houden van het draagvlak voor
gemeenschapsvoorzieningen, het behoud en herstel van het milieu en het
nakomen van onze internationale verplichtingen. Reeds bij zijn
aantreden heeft het kabinet de samenhang in deze doeleinden
onderstreept. Doeltreffend beleid vraagt om bestuurlijke en sociale
vernieuwing, om een beleid dat zo dicht mogelijk bij de burger staat,
om een samenleving die gekenmerkt wordt door persoonlijk beleefde en
samen gedeelde verantwoordelijkheid en door een nieuw evenwicht van
rechten en plichten.
Werken aan de kwaliteit van het bestaan en investeren in de toekomst is
niet eenvoudig. Heel begrijpelijk is immers het verlangen nu niet
lastig gevallen te worden met de zorg voor morgen. Heel begrijpelijk is
eveneens het verzet tegen verandering van wetten, regelingen en
voorzieningen als groepen burgers daarvan ook nadelen zullen
ondervinden. Toch wil en kan de regering niet anders dan kiezen voor de
toekomst. Dat moet wel een gezamenlijke toekomst zijn, gebaseerd op
verbondenheid. Ook in moeilijke tijden moet het kiezen voor duurzame en
houdbare ontwikkeling of het nu het milieu of de samenleving betreft -
voorop blijven staan, al vraagt dit nù om pijnlijke keuzen.
Met het oog op de werkgelegenheid en het ook bij lage groei in stand
houden van gemeenschapsvoorzieningen moet werk boven inkomen gaan. De
regering kiest daarom in 1992 voor een duidelijke lijn voor de inkomens
waarvoor zij de verantwoordelijkheid draagt.
Concreet stelt zij voor de uitkeringen met drie procent te verhogen,
geen inflatiecorrectie toe te passen voor de hogere inkomens, en de
belastingvrije voet te verhogen. Op die wijze stijgt de
netto-minimumuitkering - in guldens dus - met meer dan drie procent.
Bovendien wordt het arbeidskostenforfait verhoogd. Door deze
maatregelen wordt het doel van de inkomensmatiging gediend - er blijft
immers netto meer over - en wordt een bijdrage geleverd aan het beter
functioneren van de arbeidsmarkt: werken loont dan
méér.
De verantwoordelijkheid voor de inkomens in de marktsector ligt
overigens bij de sociale partners. Echter, ook daar behoort de
verantwoordelijkheid voor behoud en groei van werkgelegenheid, alsmede
het belang van het milieu en de gemeenschapsvoorzieningen zwaar te
wegen. Voor haar eigen werknemers en voor anderen die werken in de
collectieve sector stelt de regering een loonstijging voor van eveneens
drie procent. Als dit voorbeeld breed navolging krijgt, kunnen
werkgelegenheid en solidariteit in 1992 voorrang krijgen en zal het
mogelijk zijn de prijsstijging te beperken.
Het beleid van arbeidskostenmatiging kan niet los gezien worden van het
totale regeringsbeleid, zoals bij de Tussenbalans is uiteengezet. Bij
die gelegenheid is de koers bepaald naar minder overheidssubsidies en
soberheid in de overheidsuitgaven. Dit is hard nodig. De staatsschuld
neemt nog steeds fors toe. Het voor deze kabinetsperiode gestelde doel
dat de staatsschuld als percentage van het nationaal inkomen niet
langer groeit, wordt gelukkig wél bereikt. De rentelasten
die over de staatsschuld betaald moeten worden, stijgen echter nog.
De internationale rente-ontwikkeling valt immers tegen en blijft
onverminderd hoog, hetgeen betekent dat de ruimte voor andere
overheidsuitgaven buitengewoon krap is. Dit te meer omdat ook de
internationale ontwikkelingen - de Derde Wereld, Centraal- en
Oost-Europa en vredesoperaties - van ons land meer inspanningen vergen.
Nationaal moet de rijksoverheid zich bezinnen op haar taken en de
daarvoor benodigde middelen.
Zowel om principiële redenen - de politiek dichter bij de
burger - als om praktische redenen - het moet doelmatiger - wil de
regering tal van taken decentraliseren. Rijk, provincies en gemeenten
hebben dit samen ter hand genomen. Wil dit proces van decentralisatie
slagen, dan moet het gepaard gaan met minder regelgeving door het Rijk.
In aansluiting hierop wordt hard gewerkt aan een andere vorm van
bestuurlijke vernieuwing: Grote Efficiency. De rijksoverheid moet zich
richten op kerntaken. Bovendien wordt bezien of bepaalde diensten niet
te veel zijn gegroeid en of er dubbel werk wordt verricht. Door deze
aanpak van gericht-minder-uitgeven kan bij de taakvervulling door de
overheid kwaliteit centraal staan en toch de noodzakelijke soberheid
bij het geheel van de rijksuitgaven in acht worden genomen. Alleen zo
is het mogelijk de bij het regeerakkoord bewust gekozen prioriteiten te
blijven realiseren.
Bestuurlijke vernieuwing en structurele verbeteringen in het
maatschappelijk bestel, dat is wat de regering bij U,
volksvertegenwoordigers, wil bepleiten. Het bestuur in stedelijke
gebieden moet versterkt worden om ruimtelijke problemen op te lossen en
daardoor economische kansen beter te kunnen benutten. Daartoe zal U een
voorstel bereiken.
Op het terrein van de herziening van de belastingen acht de regering de
voorstellen van de Commissie-Stevens van groot belang. Zij wil advies
vragen over de mogelijkheid deze voorstellen op korte termijn integraal
in te dienen.
In de gezondheidszorg wordt gestreefd naar een basisvoorziening voor
iedereen, met daarbij de keuzemogelijkheden waarvoor de burger zich wel
of niet wil verzekeren. Het gaat om een voor ieder toegankelijke maar
ook betaalbare gezondheidszorg.
In de volkshuisvesting vindt in het kader van een nieuwe verdeling van
verantwoordelijkheden een belangrijke decentralisatie plaats naar
provincies en gemeenten.
Daarnaast zal een besluit tot verzelfstandiging van de
woningcorporaties worden afgerond. Naar verwachting kan volgend jaar de
zes miljoenste woning in gebruik worden genomen. Het eigen woningbezit
stijgt gestaag. De sociale huursector en de individuele huursubsidie
worden steeds meer gereserveerd voor hen die er echt op aangewezen
zijn.
Het onderwijs heeft een klassieke taak bij het toerusten van de burgers
voor het leven. Dit krijgt nu nieuw reliëf door de grote
aantallen landgenoten die niet in Nederland geboren zijn, en hun
kinderen.
Basisvorming is belangrijk voor een ieder. Voor degenen die verdere
opleiding kunnen volgen, geldt evenzeer het recht op toegang tot dat
vervolgonderwijs alsook de plicht daar een goed gebruik van te maken.
De kwaliteit moet verder worden verbeterd. In dat verband is het nodig
dat ouders van kinderen boven de leerplichtige leeftijd naar de mate
van hun inkomen meer meebetalen aan het onderwijs.
De regering beseft hoe zwaar het onderwijsveld het in alle geledingen
heeft en hecht daarom zowel aan de verbetering van de positie van de
leerkrachten als aan het stimuleren van samenwerking en goede
afstemming binnen het onderwijs.
Kunst en cultuur gedijen in Nederland. Behoud van ons culturele erfgoed
en het ondersteunen van kwalitatief hoogwaardig nieuw aanbod zijn te
meer van betekenis om in het integrerend Europa onze eigen identiteit
inhoud te geven. Met het oog daarop wordt een cultuurnota voorbereid.
Voor het behoud van de positie van ons land is het ook nodig te
investeren in infrastructuur. Een goede, aan internationale eisen
aangepaste infrastructuur is immers van levensbelang voor onze
economie. Rail 21 is definitief gestart; over de hogesnelheidslijn
zullen in het komend jaar besluiten moeten vallen. Ook kunt U de eerste
nota over de Betuwelijn verwachten.
Om de te lange planperiode voor nieuwe infrastructuur te stroomlijnen
en in te perken, komt er een wetsvoorstel voor een nieuwe
Tracéwet, die de lengte van de procedures met de helft
bekort, overigens zonder de rechten van de burgers wezenlijk aan te
tasten. Dit is allereerst van belang voor grote nieuwe projecten,
waarbij voor private financiering meer plaats zal worden ingeruimd,
maar evenzeer om knelpunten uit ons wegennet te halen,
achterlandverbindingen te verbeteren en gevaarlijke routes aan te
passen.
Voor het gewijzigde verkeers- en vervoersbeleid is inmiddels een breder
draagvlak ontstaan; de eerste resultaten tekenen zich af. De groei van
het openbaar vervoer is onmiskenbaar en de automobiliteit groeit minder
hard dan in vorige jaren. Ook is in de eerste helft van dit jaar het
aantal verkeersslachtoffers afgenomen, al is elk slachtoffer er
één te veel. Het streven is erop gericht in
Europees verband te komen tot een regeling voor snelheidsbegrenzers op
vrachtwagens en bussen.
Op het terrein van de bestrijding van de criminaliteit blijven extra
inspanningen nodig; in het bijzonder de agressieve criminaliteit baart
zorg. Maar ook de handhaving van de milieuwetgeving en van de
sociale-zekerheidswetgeving vraagt meer inspanningen van Justitie.
Het algemeen wetgevingsbeleid richt zich op een selectieve inzet van
wetgeving en op ruimte voor burgers en instellingen om in eigen
aangelegenheden zelf aan hun verantwoordelijkheid vorm en inhoud te
geven.
Over de mogelijkheden van convenanten als alternatief voor wetgeving
zal de regering in het komend jaar haar standpunt bepalen. Om meer
politie op straat te kunnen hebben en beter bereikbaar te doen zijn,
wil de regering het mogelijk maken dat bij de politie wachtpersoneel
met beperkte opleiding kan worden aangesteld.
Op het gebied van de jeugdbescherming zijn diverse maatregelen ter
verbetering van de doelmatigheid in voorbereiding. Zo wordt gewerkt aan
een reorganisatie waarbij de reclasseringsstichtingen, de instellingen
voor voogdij en de raden voor de kinderbescherming betrokken zullen
zijn.
De toenemende migratie vraagt om een integrale benadering van de
vreemdelingenproblematiek door een internationale aanpak van de
migratiestromen, een vereenvouding en versnelling van de procedures en
een meer consistent handhavingsbeleid. Daartoe zijn voorstellen gedaan.
Tegelijkertijd zal de rechtspositie van de legaal in Nederland
verblijvende vreemdelingen worden versterkt.
Al de noodzakelijke voorzieningen en investeringen vragen om een
groeiend economisch draagvlak om dit alles te kunnen betalen. De
verhouding tussen het aantal werkenden en hen die een uitkering
ontvangen is echter uit het lood. Dit is ook een fundamentele
overweging die ten grondslag ligt aan de voorstellen om het
ziekteverzuim en het beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen
terug te dringen.
De kern van deze voorstellen is bedrijven en instellingen ertoe te
brengen aan arbeidsongeschikten veel meer kansen te geven dan tot nu
toe, zonodig in ander werk. Het gaat er dus om meer mensen aan de slag
te houden, en nieuwe mogelijkheden te bieden aan die
arbeidsongeschikten die nog wel enig werk kunnen verrichten. Dat geldt
in het bijzonder voor diegenen die tot hun pensioen nog tientallen
jaren te gaan hebben; dit is belangrijk voor de samenleving, maar ook
voor vele betrokkenen die zo een betere positie en een beter inkomen
zullen verwerven dan wanneer zij blijvend op alleen een uitkering
aangewezen zijn. Om dit beleid doeltreffend te maken, is gekozen voor
een benadering waarin de uitkering niet alleen aan het laatst verdiende
loon maar ook aan de leeftijd gebonden zal zijn. In de toekomst bouwt
men boven de voor ieder altijd geldende Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet meer rechten op naarmate men ouder is.
Dit betekent dat het verschil tussen vroeg-gehandicapten en hen die al
arbeidsongeschikt worden nadat zij pas relatief korte tijd gewerkt
hebben, beperkt zal zijn. Anderzijds krijgen ouderen een uitkering
waarbij meer rekening gehouden wordt met het verdiende salaris. Bij de
uitwerking van deze voorstellen gaat de regering uit van lange
overgangstermijnen, waarbij zij die thans vijftig jaar of ouder zijn
geen enkel nadeel ondervinden, en zij die nu jonger dan vijftig jaar
zijn hun uitkering, althans in guldens, niet achteruit zien gaan.
De soberheid bij de overheidsuitgaven, de inkomensmatiging en het
herijken van de sociale zekerheid staan alle drie in het teken van
werkgelegenheid voor een groeiende beroepsbevolking en van welvaart,
die het draagvlak biedt voor behoud van gemeenschapsvoorzieningen. Deze
welvaart moet echter, met het oog op duurzame ontwikkeling,
nadrukkelijk getoetst worden aan behoud en herstel van het milieu. In
ons land zijn wij volop bezig het Nationaal Milieubeleidsplan zo snel
en concreet mogelijk uit te voeren.
Daarbij hoort ook het verbeteren van de handhaafbaarheid van de
milieuregelgeving. Mede in het licht van de ontwikkelingen in de
Europese Gemeenschap wordt de mogelijkheid van regulerende heffingen
zorgvuldig overwogen. De opbrengst zal worden aangewend voor de
verlaging van de arbeidskosten. Hopelijk kan hiermee op 1 januari 1993
een aanvang worden gemaakt. Intussen wordt ook hard gewerkt aan het
milieubeleid van de Europese Gemeenschap.
De mondiale milieu-uitdaging zal volgend jaar een belangrijke impuls
krijgen door de Conferentie van de Verenigde Naties over milieu en
ontwikkeling, die in Brazilië zal plaatsvinden. De Nederlandse
regering hoopt dat dan een Wereldklimaatverdrag gereed zal zijn,
evenals een verdrag over tropische bossen en biologische diversiteit.
Op deze conferentie zullen de geïndustrialiseerde landen
moeten tonen dat het hun ernst is met hun streven naar duurzame
ontwikkeling. Bij deze duurzame ontwikkeling gaat het ook om natuur en
natuurbehoud in ons eigen land, waarbij gelukkig steeds meer burgers,
verenigingen en organisaties zich betrokken blijken te voelen. De
spectaculaire ontwikkeling van de landbouw in de laatste decennia heeft
ons voor grote milieuproblemen gesteld, die nu tot een oplossing
gebracht moeten worden. Met het bedrijfsleven, dat in dezen voor een
zware opgave staat, zal overleg worden gevoerd over de noodzakelijke
maatregelen. Gegeven de ernst van de problemen zal wèl
strikt de hand gehouden moeten worden aan het afgesproken tijdpad. In
meer algemene zin staat onze landbouw nog voor forse
aanpassingproblemen. Europese en mondiale ontwikkelingen dwingen
hiertoe. De problemen zijn niet gering. De geschiedenis leert echter
dat de beste weg is een tijdige gemeenschappelijke aanpak gericht op
verandering.
Aan de verdere ontwikkeling van de Europese Gemeenschappen kan
Nederland als voorzitter de komende maanden richting helpen geven. Het
gaat daarbij om drie aspecten: ten eerste de voltooiing van de interne
markt in ruime zin, dus ook met een sociale dimensie; ten tweede het
leggen van de fundamenten voor een verdere integratie door middel van
de Economische en Monetaire Unie en de Europese Politieke Unie; ten
slotte zorgen dat Europa openstaat naar de wereld buiten de huidige
grenzen van de Gemeenschappen. Dit laatste heeft concreet betrekking op
de samenwerking met de leden van de Europese Vrijhandelsassociatie en
met de nieuwe democratieën op ons continent. Daarnaast is een
succesvolle afronding van de internationale handelsbesprekingen, de
zogeheten Uruguay-Ronde, van grote betekenis. De verdere economische
expansie van ontwikkelingslanden is hiermee gediend, alsmede het proces
van economische hervormingen in de landen van Oost-Europa. Bovendien is
het van wezenlijk belang voor het mondiaal herstel van de economie.
Ontwikkelingssamenwerking is een proces van lange adem. Ondanks
teleurstellingen zijn er de afgelopen dertig jaar resultaten geboekt:
de kindersterfte is gehalveerd, de gemiddelde levensverwachting is met
ruim tien jaar toegenomen en de economische groei resulteerde in
inkomensverdubbeling.
Maar dat neemt niet weg dat de kloof tussen Noord en Zuid en de
tweedeling in welvaart binnen de landen zijn vergroot. Meer dan een
miljard mensen leven nog in absolute armoede. De wereldgemeenschap zal
daarom met onverminderde energie door moeten gaan met
armoedebestrijding en ontwikkeling. Het niet langer beschikbaar stellen
van kapitaalmarktmiddelen maakt op korte termijn de mogelijkheden
krapper, doch heeft structureel belangrijke voordelen. Twee
begrotingsposten bij Ontwikkelingssamenwerking worden volgend jaar
aanzienlijk verhoogd; het budget voor noodhulp en de uitgaven voor
milieubeleid in ontwikkelingslanden.
Intussen vraagt naast de Derde Wereld ook de vroegere Tweede Wereld,
bij de instorting van het communisme, op geheel nieuwe wijze onze
aandacht. In de komende tijd komt het er voor de Sovjetunie op aan
nieuwe staatkundige structuren inhoud te geven en tevens het hoofd te
bieden aan grote economische problemen. Samen met zijn Europese en
Atlantische partners wil Nederland aan deze inspanningen zijn bijdrage
leveren. Het verlangen van de nieuwe democratieën in Midden-
en Oost-Europa om bij de vrije wereld te horen, vraagt om een antwoord.
Onze tegemoetkomendheid mag niet beperkt blijven tot
financiële inspanningen maar moet ook grotere toegankelijkheid
van onze markten inhouden.
Op de NAVO-top in november aanstaande zal het bondgenootschap de
besluitvorming over zijn nieuwe politiek-militaire strategie afronden.
Ook in de huidige omstandigheden behoudt de NAVO haar
essentiële rol voor de veiligheid van haar lidstaten en voor
de stabiliteit van Europa in wijdere zin.
Joegoslavië laat zien hoe een moeizaam proces van hervormingen
door etnische spanningen en machtsconflicten kan ontsporen. Het is van
het grootste belang, dat deze problemen tot een bevredigende oplossing
worden gebracht. Daarom ook wordt hier in Den Haag de
Joegoslavië-conferentie gehouden.
Met betrekking tot het Israëlisch-Arabische conflict en de
Palestijnse kwestie biedt de aangekondigde vredesconferentie uitzicht
op de zo noodzakelijke onderhandelingen tussen de betrokken partijen.
Als huidig voorzitter van de Europese Gemeenschap zal Nederland
deelnemen aan de conferentie en zich krachtig inzetten voor deze
historische kans op een rechtvaardigde vrede. De Golfcrisis heeft
pijnlijk duidelijk gemaakt welke gevaren schuilen in overbewapening en
ongebreidelde wapenexport. Nederland heeft, samen met de Europese
partners, het initiatief genomen om bij de Verenigde Naties een
register op te zetten voor de internationale wapenhandel, waardoor
bestrijding ervan beter mogelijk wordt.
De uitvoering van de Defensienota is voortvarend ter hand genomen. De
gewijzigde internationale politieke verhoudingen hebben niet alleen een
lager budget, maar ook een herstructurering en verkleining van de
defensie-organisatie mogelijk gemaakt. De gevolgen die deze
veranderingen hebben voor het personeel worden opgevangen in een
zorgvuldig personeelsbeleid. In het kader van de herstructurering zal
een binnenkort in te stellen Adviescommissie onderzoeken of de
dienstplicht in zijn huidige vorm kan blijven bestaan.
Tussen de landen en volkeren van Nederland en Suriname bestaat een
bijzondere verbondenheid. Surinaamse inspanningen voor herstel van
democratie, rechtsstaat en welvaart kunnen dan ook rekenen op
Nederlandse steun. Om juist die inspanningen te ondersteunen is de
regering bereid besprekingen te voeren over een nauwer
samenwerkingsverband indien de Surinaamse regering de wens daartoe uit.
Er bestaat tussen de regeringen van de landen van het Koninkrijk
overeenstemming over de voortzetting van de koninkrijksbanden en de
vernieuwing van het Statuut. Daarbij zal nadrukkelijk aandacht worden
besteed aan de mogelijkheden tot versterking van de waarborgen voor
democratie en rechtsstaat, en zal de samenwerking op het gebied van de
rechtshandhaving worden geïntensiveerd.
Leden van de Staten-Generaal,
1992 wordt een moeilijk jaar. Indien men kennis neemt van de zeer
ernstige problemen in tal van landen, plaatst dat onze eigen situatie
zonder twijfel in een ander licht.
Te meer maakt het de noodzaak helder zelf in ons land de
verantwoordelijkheid voor behoud en versterking van democratie en
welvaart gestalte te geven door een op de toekomst gericht beleid, ook
als dit offers vraagt. Het staat vast dat een aantal beslissingen
burgers in hun dagelijkse bestaan zal raken. Dit vraagt in onze
democratische rechtsstaat niet alleen om een helder besef van wat moet
gebeuren, maar bij de uitvoering ook om zorgvuldig overleg.
Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust.